Vraag De heer Ludwig Caluwé: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister-president, geachte collega's, vorige week werden we opgeschrikt door een interview met de federale minister van Buitenlandse Zaken. Daarin liet hij zich nogal laatdunkend en in ondiplomatiek taalgebruik uit over de Nederlandse regering en de Nederlandse regeringsleider. We zijn van de man al een en ander gewoon, maar in Nederland zorgde dat toch tot heel wat opschudding. Dat zou voor Vlaanderen toch wel wat gevaren en problemen met zich mee kunnen brengen. We mogen niet vergeten dat onze voornaamste economische toegangspoort, de Westerschelde, zich op Nederlands grondgebied bevindt, en dat een andere belangrijke economische toegangspoort, de Ijzeren Rijn, zich ook op Nederlands grondgebied bevindt. We werken met Nederland nauw samen op het vlak van taal en onderwijs. Als grensbewoner kan ik getuigen dat voor heel wat zaken de grens nog altijd bestaat. Wie over de grens wil gaan studeren, werken of zich laten verzorgen wordt nog steeds met veel praktische problemen geconfronteerd. Het komt er op aan om met de Nederlandse politici zo goed mogelijk en in de beste verstandhouding samen te werken. Ik vind daarom dat de minister-president zich terecht heeft gedistancieerd van de uitspraken van de federale minister van Buitenlandse Zaken. Dat heeft ertoe geleid dat het incident ondertussen gesloten is. Ik denk dat we daar niet langer nog woorden moeten aan vuil maken. Ik vraag me wel af of het niet nuttig zou zijn om eens na te gaan of Vlaanderen haar relaties met Nederland niet kan verbeteren en versterken. Ik denk aan twee zaken. De eerste is het Benelux-verdrag dat ertoe strekt de praktische problemen van de bevolking met grenzen weg te werken. De afgelopen 50 jaar is terzake veel positief werk geleverd. In 2008 loopt het verdrag af. De vraag rijst of we dat verdrag voortzetten, en of in dat geval Vlaanderen geen formele partner moet worden. Moet Vlaanderen niet de motor worden van die vernieuwde samenwerking, en moet de Vlaamse Regering terzaken geen initiatieven nemen. In de jaren negentig had de Vlaamse Regering niet alleen overleg met de Nederlandse regering, maar ook met de commissarissen van de koningin van de zuidelijke provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg, het Nederland van beneden de rivieren. Dat overleg werd door de commissarissen van de koningin ten zeerste geapprecieerd, en zorgde ook voor het oplossen van heel wat praktische problemen en voor het scheppen van een goed klimaat voor de moeilijke grensoverschrijdende economische dossiers. Mijnheer de minister-president, denkt de huidige Vlaamse Regering eraan dit soort overleg opnieuw op te starten? (Applaus bij CD&V en de N-VA) Minister Yves Leterme: Ik ben tevreden dat het incident is gesloten. Wij hechten veel belang aan goede relaties met Nederland. Daarom hebben we minister-president Balkenende in januari bezocht. Dit contact heeft tot een oplossing geleid in de dossiers over de Westerschelde, de HST en de IJzeren Rijn. Vlaams minister Bourgeois laat een studie uitvoeren over de verlenging van het Benelux-verdrag. Het is de bedoeling om het overleg met de drie Nederlandse grensprovincies op korte termijn nieuw leven in te blazen. Ik hecht veel belang aan doeltreffende en goede contacten met Nederland. Daarom moeten wij ons distantiëren van uitspraken en initiatieven die deze goede contacten in gevaar brengen. |
Post een commentaar